Schaaldieren

Schaaldieren

Eenoogkreeftjes, watervlooien, mosselkreeftjes, zoetwaterkreeftjes, vlokreeftjes, karperluizen. en zoetwaterpissebedden.

(c) Eénoogkreeftjes - cyclops - :

hebben één oog, twee eizakken aan het achterlijf en bewegen in het water schoksgewijs in een rechte lijn. Ze voeden zich met algen en plankton.

(d) Watervlo- Daphnia:

springt in het water door het neerslaan van de voelsprieten.

Voedt zich met algen en plankton. In zuurstofarm water maken ze hemoglobine aan om hun zuurstofvoorraad te verhogen.

(e) Karperluis - Argulus foliaceus- :

8 mm groot, zeer plat en doorschijnend met hartvormig schild. Vissen kunnen volledig met karperluizen bedekt zijn, wat in bepaalde gevallen dodelijk is. Zelfs het stekelbaarsje is een geliefkoosde verblijfplaats voor de parasiet.

(f) Mosselkreeftje - Cypripidae - :

1,5 mm groot met boonvormige schelp. Meestal zijn het aaseters.

(g) Zoetwaterpissebed -Asellus aquaticus -:

Lichaam duidelijk geleed. Laatste lid heeft driemaal de lengte van de vorige. twee puntogen, zeven paar poten op de borst en zes aanhangsels aan het achterlijf. Pissebedden eten rottend materiaal en algen.

(h) Vlokreeftjes - Gammarus pulex- :

Worden vooral in de poel en rond de oevers van de vijver aangetroffen. Ze gelijken sterk op de pissebedden maar hun lichaam is gekromd.. Ze zijn gebonden aan zuiver water. Het zijn aaseters.

(i) Rivierkreeftjes - Astacus- :

Het zijn vleeseters en afvaleters en zijn gebonden aan zeer zuiver water .